Manual

versie  18 augustus 2013


 

                        Kynethologie biedt aan:

De WETENSCHAP van HONDENGEDRAG


©Gespecialiseerd werkstuk voor de hondenafrichting IPO/VH/Schutzhund

Het betreft hier hoofdstukken die zijn opgemaakt in PDF-formaat. Door het hoofdstuk naar keuze aan te klikken krijgt u toegang tot tekst.

INHOUDSOPGAVE

1 Voorwoord

 2 Grafische voorstelling herkomst van de verschillende gedragskenmerken van de hond

 3 Fokken

            3.1 Inleiding over inteelt, lijnteelt en een outcross

            3.2 Overgenomen van Trumler

                        3.2.1 De noodzaak fouten te bestrijden

                        3.2.2 Inteelt onder selectieve controle

            3.3 Overgenomen uit “De Duitse Herdershond (VDH)”, juni 1991

                        3.3.1 Fokkerij

                        3.3.2 Eigenschappen

                        3.3.3 Genetische samenstelling

                        3.3.4 Consequenties van inteelt

                        3.3.5 Consequenties van outcross

                        3.3.6 De situatie in Nederland

                        3.3.7 Model psychische eigenschappen

            3.4 Heterosis, het hybride-effect

 4 Gedragstesten/nestkeuze/andere relevante wetenswaardigheden

            4.1 Gedragstesten voor puppy en volwassen hond

            4.2 Over het nut van gedragstesten, door Prof. Dr. F. Seiferle

                        4.2.1 Inleiding

                        4.2.2 Over het doel van onze gedragstesten

                        4.2.3 Over onze gedragsbeoordelaar

                        4.2.4 Over de gedragsstandaard

                        4.2.5 Over de kernvraag

                        4.2.6 Over de anatomische basis van angst of sluwheid

                        4.2.7 Over de vlucht- en zelfverdedigingsdrift

                        4.2.8 Over de strijd- en verdedigingsdrift

                        4.2.9 Slotwoord

            4.3 DDR Wesenwertmessziffernsystem

            4.4 De eerste minuten van het leven van een pup

            4.5 De neustest

            4.6 Uit vertrouwde omgeving

            4.7 Vergelijkingen

            4.8 Kleurengedrag

            4.9 Goede verdedigings- of politiehond

            4.10 Vorm van de kop

            4.11 Tijdstip van plaatsing

            4.12 Hond en zijn nieuwe eigenaar

 5 De levensfasen

  5.1 Inleiding

 5.2 Overzicht van de ontwikkelingsfasen

5.3 Grafiek oer het toenaderings- en vermijdgedrag (uit het werk van Scott enFuller)

            5.4 Overgenomen van Ruud Haak

                        5.4.1 Verlies van socialisatie

                        5.4.2 Wat iedere hondenbezitter moet weten

            5.5 De aandachtspunten samengevat

            5.6 Indeling van de verschillende levensfasen volgens Drs. Jan de Wit

            5.7 Grafische voorstelling opvolgende gedragsfasen aldus Jan de Wit

 6 Communicatie en hoe honden leren

            6.1 Inleiding

            6.2 Invloedsfactoren

            6.3 Lichaamstaal

            6.4 Lichaamsuitdrukkingen van de hond

            6.5 Het onderscheidende vermogen van de hond voor verschillende                 klank en toonhoogte

            6.6 De leerwetten van de hond

                        6.6.1 Klassieke conditionering

                        6.6.2 Operante conditionering

            6.7 Het combineren van operante en klassieke conditionering

            6.8 Het effect van belonen

           6.9 Moment van het gaan toepassen van bestraffingtrainingen

          6.10 Stimulans discriminatie

          6.11 Samenvatting basis leerwetten

          6.12 Opbouw van de pup met gebruikmaking van zijn
         natuurlijkeeigenschappen – de driften

         6.13 Een positief geconditioneerd akoestisch signaal bij de                                     operante conditionering door middel van driftbevrediging

        6.14 De voorwaarde om een optimaal geleider te worden van een
        hond (contact/timing/dosering/ontspanning/hond in drift brengen)

       6.15 Urs Ochsenbein en zijn uiteenzetting over het verwerven van                  leiderschap

        6.15.1 een korte verklaring van de begrippen straf, “foutieve                            uitvoering herstellen” en beloning

                        6.15.2 Belonen

                        6.15.3 Straffen

                        6.15.4 “foutieve uitvoering herstellen”

       6.16 De geestelijke belastbaarheid van de geleider

       6.17 Stress (=spanning) bij het aanleren/uitvoeren van oefeningen – de       hond onder grote druk zetten

      6.18 Het gebruik van elektronische hulpmiddelen

                      6.18.1 Het gebruik van elektronische hulpmiddelen en                                         de weerstand hiertegen

                      6.18.2 Type elektronische hulpmiddelen en                                                              trainingsvoorwaarde

                    6.18.3 Type elektronische dressuurbanden

                   6.18.4 aandachtpunten bij het omdoen van de elektronische                             dressuurband

                  6.18.5 Moment van de introductie van de elektronische                                      dressuurband

                 6.18.6 De eerste keer van het gebruik van de elektronische                                  dressuurbandofwel de feitelijke introductie

                 6.18.7 Na de introductie de hond nieuwe oefeningen aanleren met                   behulpvan de elektronische dressuurband en/of oefeningen                                 perfectioneren

                6.18.8 Elektronische stimulans en contact

                6.18.9 Slotwoord voor wat betreft het gebruik van                                                elektronischedressuurbanden en dit werkstuk

                                     
             6.19 Logische opbouw van de oefeningen die de hond moet leren

            6.20 Het controleren van onze attributen voordat we van start gaan

            6.21 De leervaardigheid van een hond/gedragsevenwicht

            6.22 Het belang van foutloos leren versus wedstrijdslim worden van              de hond

            6.23 Moderne communicatie tussen instructeur, pakwerker en                         geleider

            6.24 Leermodel opbouw driften

 
7
Type hond waarmee we werken

            7.1 Inleiding

            7.2 Overgenomen uit Swarovsky

            7.3 De verschillende typen Duitse Herdershonden

7.4 Moed, zelfvertrouwen, scherpte, temperament, hardheid, zachtheid, verzet en lijdzaamheid     

 8 Speuren

            8.1 Inleiding

            8.2 Theorieën en proeven

            8.3 Een les die getrokken kan worden uit deze theorie met betrekking               tot voedsel op het spoor

            8.4 De conditie waarin de hond zich verkeerd

            8.5 Aanleren van speuren

            8.6 Wanneer beginnen we met speuren?

            8.7 de keuze van opnemen of verwijzen

            8.8 De aanvang van de opbouw van de pup met toepassing van                        “onbevangen corrigeren”

            8.9 De start van de opbouw

            8.10 De eerste hoek in het spoor

            8.11 De start van de afbouw van het gebruik van voer en meer                        variatie in hetspoor

           8.12 De richtlijn in de habitat van de hond en andere zaken waar we              rekening mee moeten houden

            8.13 De voorwerpen

            8.14 Vreemd spoor

            8.15 Hard trekkende honden – de “speurtuig/halsketting” methode

            8.16 Honden met weinig speurdrift/problemen hebben met liggend                verwijzen

            8.17  De invloed van de wind bij het speuren, overgenomen uit                         Bechtold

            8.18 Waarneembaarheid van het geurspoor door de hond,                                   overgenomen uit Toman


9
Appèl

            9.1 Uitgangsprincipe van de opbouw

            9.2 De basis, de hond conditioneren op de geleider en activiteit                           creëren bij de hond

           9.3 Reactiviteit bij het appèl bewerkstelligen bij het aanleren van de                basisoefeningen

          9.4 De kunst om de hond bij het appèl zo lang mogelijk in drift te                       houden

            9.5 Werken naar de ultieme aandacht van de hond = OOGCONTACT

            9.6 Het aanleren van de eerste oefening met een actieve hond – ZIT

            9.7 AF

            9.8 Drift, dwang, drift, dwang, driftbevrediging

            9.9 VOLGEN

            9.10 Volgen met wendingen

            9.11 HIER roepen en het VOORZITTEN

            9.12 Commando VOET

            9.13 Apporteren – grondapport

                        9.13.1 Inleiding

                        9.13.2 Opbouw door middel van de methode van motivatie                               verankering

                        9.13.3 Opbouw van het apporteren met gebruikmaking van                              dwangapport

            9.14 Apporteren over de haag en schutting

            9.15 Drift, dwang, drift, dwang, driftbevrediging oefeningen verder              uitbouwen

            9.16 VOORUIT

            9.17 STA

            9.18 AF met afleiding

            9.19 Oefeningen gaan uitvoeren volgens het programma- reactieve                fasetijd

            9.20 Appèl en de elektronische dressuurband

            9.21 Tot slot

 10 Manwerk

            10.1 De gekozen opzet van dit hoofdstuk

            10.2 Manwerk, theorie en de praktijk

            10.3 De theorie achter het manwerk

                        10.3.1 Kynethologische uiteenzetting

                                   10.3.1.1 Buitdrift

                                   10.3.1.2 Actieve gebied van de agressiedrift

                                   10.3.1.3 Reactieve gebied van de agressiedrift

                                   10.3.1.4 (Actief) Vermijdgedrag

                                   10.3.1.5 Passief vermijdgedrag

                                   10.3.1.6 De vechtdrift

                        10.3.2 De kanalisering van het verdedigingsgedrag in buitdrift

            10.4 Sociale agressie is het meest wezenlijke!

            10.5 Specifiek voor de pakwerker noodzakelijke theoretische kennis

                        10.5.1 Buitdrift stimulatie en de hond leren het initiatief te                                 gaan nemen

                        10.5.2 Het oproepen en versterken van de verdedigingsdrift                              door middelvan contrareacties

                       10.5.3 De eindfase van de kanalisering van het                                                         verdedigingsgedrag in buitdrift

                       10.6 De rol van de instructeur – de opbouw van de geleider in                           het harm

                        10.6.1 Harmoniering – drift, technische passieve dwang,                                      activeringsdwang

                        10.6.2 Stellen en aanblaffen (de bewaking)

            10.7 Opbouw van het manwerk in de praktijk

                        10.7.1 Enkele woorden vooraf

                        10.7.2 Puppy tijd

                        10.7.3 Het aanleren van een goede beet/het leren lopen met de                          buit

                        10.7.4 De hond laten wennen aan de aanwezigheid van de                                   geleider en datdeze hem streelt over de wangen terwijl hij op de                          mouw zit

                        10.7.5 Een mogelijke bruikbare methode om de hond te leren                             vechten op de pakwerker

                         10.7.6 De hond aanleren zitten en aanblaffen bij de pakwerker                           en vervolgens het aanleren van het revieren naar de                                             pakwerker toe

                         10.7.7 Hond revieren naar het verstek

                        10.7.8 Het revieren van twee verstekken

                        10.7.9 De vlucht

                        10.7.10 Het uitroepen uit het verstek

                        10.7.11 revieren van vier en zes verstekken

                        10.7.12 Rugtransport en de overval

                        10.7.13 Het lossen

                        10.7.14 Het betere alternatief voor de stille bewaking

                        10.7.15 Afstandstellen

                        10.7.16 Zijtransport en het afmelden/pakwerker van veld                                   sturen

                        10.7.17 Verankering in buitdrift voorkomen

                        10.7.18 Bewaking te sterk in buitdrift

                        10.7.19 Bewakingsproblemen

                        10.7.20 Enkele slotopmerkingen

            10.8 Het gebruik gaan maken van een elektronische dressuurband

                        10.8.1 Wat is eigenlijk het probleem dat we hebben?

                        10.8.2 Hoe is dit probleem ontstaan

                        10.8.3 Wat brengt deze wetenschap met zich mee

                        10.8.4 Correcte introductie van de elektronische dressuurband

                        10.8.5 Wat we in de praktijk zeker niet moeten doen

                        10.8.6 De correctie wordt anders toegepast, trainingstechnisch                          hoeft erniets te veranderen

                       10.8.7 Een breder gebruik van de elektronische dressuurband                            dan alleenvoor een correctie 

11 Verklarende woordenlijst

12 Literatuur

13 Videotheek